Moeten literatuurlessen op middelbare scholen verdwijnen?
Dit werk is geverifieerd door onze docent: 23.01.2026 om 10:13
Soort opdracht: Opstel
Toegevoegd: 20.01.2026 om 14:55

Samenvatting:
Ontdek waarom literatuurlessen op middelbare scholen ter discussie staan en leer over de impact van literatuur op taalvaardigheid en cultuurbegrip 📚
Inleiding
Het literatuuronderwijs op middelbare scholen in Nederland is al vele generaties een vast onderdeel van het curriculum. Binnen het vak Nederlands wordt er – naast schrijfoefeningen, spelling en mondelinge presentatie – veel tijd besteed aan het lezen en analyseren van literaire werken. Eeuwenoude schrijvers als Multatuli, Couperus en Reve passeren de revue, terwijl ook hedendaagse auteurs een plek krijgen. Het uitgangspunt is dat literatuur een venster biedt op de cultuur, taal, geschiedenis en op het ethische denken binnen de samenleving; het wordt gezien als een fundament voor breed burgerschap en taalvaardigheid.De afgelopen jaren laait echter het debat op of literatuur nog wel op zijn plaats is binnen het onderwijsprogramma. Leerlingen tonen steeds minder interesse, de culturele omgeving is in snel tempo veranderd, en de relevantie van oudere teksten wordt steeds vaker in twijfel getrokken. Niet voor niets klinkt de roep om het schrappen, of minstens grondige vernieuwing, van het vak steeds luider onder zowel leerlingen als docenten.
De centrale stelling van dit essay is dat het traditionele literatuuronderwijs in de huidige vorm zijn waarde grotendeels heeft verloren en daarom óf afgeschaft óf grondig hervormd moet worden. Dit betoog zal ingaan op de geringe motivatie van leerlingen, de druk op het curriculum, de opkomst van digitale alternatieven, mogelijke inhoudelijke overlapping met andere vakken, en tenslotte de cruciale tegenargumenten rondom de waarde van literatuurles.
---
De verminderde waardering en interesse voor literatuur bij leerlingen
Een eerste probleem dat opvalt, is de tanende motivatie onder leerlingen om literaire werken te lezen. Waar vroeger klassikaliteit, status en nieuwsgierigheid nog voor verbondenheid met literatuur zorgden, lijkt de gemiddelde scholier nu vooral weerstand te voelen tegen dikke, soms archaïsche romans uit een andere tijd. Docenten merken geregeld op dat verplicht lezen voor velen synoniem geworden is aan saaie opdrachten en vergezochte analyses. Leerlingen zien het als een corvee.De kloof tussen ‘hoge’ literatuur en ‘lage’ lectuur – populaire boeken, young adults of zelfs graphic novels – is bovendien onverminderd sterk. Terwijl jongeren moeiteloos wegdromen bij de boeken van Mel Wallis de Vries of snakken naar de nieuwste verfilming van een bestseller, blijft de waardering voor oudere auteurs vaak uit. De canon lijkt hen eenvoudigweg te weinig te bieden. Ook het met de paplepel ingegoten plezier in lezen ontbreekt in veel gezinnen: ouders lezen zelden voor, het huis herbergt geen kasten met boeken, men leeft digitaal. Gevolg: het literatuurvak voelt als een verplichte zonde. Het bij elkaar sprokkelen van samenvattingen op scholieren.com lijkt vaak aantrekkelijker dan daadwerkelijk het boek lezen. Dit draagt uiteraard niet bij aan een positief leesklimaat.
De relevantie van veel literatuur wordt door leerlingen betwist: wat moet een zestienjarige met de belevingswereld van Hildebrand of de negatieve blik op het huwelijk in 'De kleine Johannes'? Deze afstand wordt nog verscherpt doordat de tijdsbesteding aan sociale media, games en streamingdiensten veel aantrekkelijker oogt dan urenlang lezen. Het belevingsuniversum van jongeren is allang niet meer gebonden aan het papier van een roman.
---
Tijdsbesteding en curriculumdruk: is literatuur tijdsverspilling?
Een ander sterk argument tegen het in stand houden van traditioneel literatuuronderwijs ligt in de steeds toenemende curriculaire druk. Na de invoering van het studiehuis-model, waarin leerlingen kennismaken met een brede waaier aan vakken, is de tijd die per onderdeel beschikbaar is zeer beperkt geworden. Hierdoor komt het gevaar om de hoek kijken dat kennis in de breedte wordt opgedaan, maar weinig diepgravend. Docenten klagen over onvoldoende tijd om écht in de stof te duiken.Tegelijkertijd boekt Nederland al jaren relatief matige resultaten als het gaat om praktische taalvaardigheid: veel scholieren hebben moeite met begrijpelijk formuleren, structureren van gedachten of foutloos schrijven. De brief van een sollicitant is soms bedroevend slecht gesteld. Verschillende onderwijsdeskundigen bepleiten meer aandacht voor basisvaardigheden in plaats van het lezen van verhalen die maar weinigen echt aanspreken.
Het lijkt zinvoller om de schaarse uren die nu aan dikwijls tegenzinwekkende literatuur besteed worden, te besteden aan vakken als Nederlands (schrijfvaardigheid), wiskunde of Engels – vakgebieden waar regelmatig ernstige tekorten zijn. In plaats van leerlingen te dwingen tot het maken van literaire leesdossiers die weinig beklijven, zou er ruimte kunnen komen voor extra begeleiding of praktische lessen die directer aansluiten op de wensen van zowel leerlingen als arbeidsmarkt. Een leerling die worstelt met algebra of grammatica, zou enorm geholpen zijn met bijles, terwijl het lezen van Couperus naar de achtergrond mag.
---
De rol van digitale middelen en alternatieve vormen van verhalen
De digitale revolutie heeft de gezamenlijk aangenomen literaire canon onder studenten ondermijnd. Leerlingen vinden moeiteloos samenvattingen, analyses en recensies van vrijwel elk boek online. Portalen als scholieren.com en YouTube bieden kant-en-klare hulpmiddelen, waardoor het lezen van het volledige werk overbodig lijkt. Daardoor wordt het doel – verdieping vinden door eigen interpretatie en reflectie op de tekst – soms geheel gemist.Daarnaast is het begrip ‘verhaal’ flink opgerekt: jongeren raken vaak veel meer betrokken bij filmadaptaties (denk aan de grote belangstelling voor films als "Turks Fruit" of "Klem") of luisteren naar podcasts, audioboeken en luisterboeken via apps als Storytel. Zelfs theaterstukken trekken meer jongeren dan ooit, zoals de belangstelling voor voorstellingen van Toneelgroep Amsterdam laat zien. De impact van deze media op cultureel begrip is groot: ze brengen verhalen tot leven in vormen die jongeren wel aanspreken, zonder drempel van complexe taal of oubollige dialogen.
Het digitale tijdperk heeft bovendien de manier waarop informatie geconsumeerd wordt totaal veranderd. Beeldcultuur, snelheid en instant gratification zijn leidend. Het geduld om een dik boek door te werken is schaars geworden. Dit alles roept de vraag op: Moet literatuur nog wel zo’n centrale rol in het onderwijs blijven spelen, of bewegen we richting een pluriform aanbod van verhalen en kennis, waarbij elk individu zijn of haar vorm kiest?
---
Overlap en relevantie: literatuur in context van andere vakken
Niet zelden wordt het belang van literatuuronderwijs verdedigd met het argument dat het leerlingen kennis geeft over de geschiedenis, ethische kwesties en andere culturen. Toch overlapt deze functie in belangrijke mate met vakken als geschiedenis, maatschappijleer en levensbeschouwing. Filosofische thema’s komen adequater aan bod in praktische discussies tijdens levensbeschouwing; de historische achtergronden bij auteurs als De Jongh of Van Eeden worden in het vak geschiedenis uitgebreider besproken.Het in contact brengen met andere culturen en wereldbeelden – een centrale doelstelling van literatuurles – kan vandaag de dag vaak effectiever door moderne media en interessante populaire boeken uit diverse windstreken, zoals de groeiende collectie van schrijver Abdelkader Benali of de graphic novels van Aimée de Jongh. Dit sluit beter aan bij de heterogene, multiculturele realiteit van de huidige klas.
Bovendien kan literatuur – als het waardevol geacht wordt – uitstekend in de vorm van keuzevakken, projectlessen of binnen de vrije ruimte van het onderwijsaanbod worden opgenomen. Leerlingen met echte interesse in literatuur kunnen zich hierin verdiepen, anderen kiezen onderwerpen die beter aansluiten bij hun wensen en behoeften. Het verplicht stellen van literatuur is in deze tijd, met oog op persoonlijke ontplooiing, steeds minder te verdedigen.
---
Bezwaren tegen het afschaffen van literatuurles
Toch verdient het betoog om literatuurles te laten verdwijnen niet enkel bijval. Voorstanders wijzen er terecht op dat literaire werken een uniek terrein vormen voor het ontwikkelen van kritisch denken, empathie en taalvaardigheid. Door het lezen van romans en poëzie worden complexe menselijke gevoelens en motivaties tastbaar gemaakt, wat jongeren helpt hun inlevingsvermogen en beoordelingsvermogen te vergroten.Vervalt literatuuronderwijs, dan bestaat het risico dat leerlingen zich minder goed kunnen uitdrukken, een minder brede woordenschat ontwikkelen en zich minder bewust zijn van de tradities waaruit hun cultuur is opgebouwd. Taal is tenslotte niet enkel gereedschap, maar vormt ook de identiteit van een samenleving. Lezen helpt om abstract te denken, nuances te ontdekken en rationeel te argumenteren. Veel onderzoekers signaleren bovendien een duidelijke link tussen leeservaring en cognitieve ontwikkeling.
Daarnaast is er het gevaar van een te utilitair, eenzijdig curriculum: als onderwijs zich uitsluitend richt op nuttige of meetbare kennis, wordt de mens als cultureel wezen tekortgedaan. Praktische vaardigheden zijn belangrijk, maar onderwijs moet ook de kans bieden om je karakter en geest te vormen in contact met kunst, literatuur en filosofie. De eerder genoemde schrijver Hugo Claus zei hierover treffend: “Literatuur is het geheugen van een volk.” Dat mogen we niet achteloos wegdoen.
---
Conclusie
Samenvattend is het duidelijk dat literatuuronderwijs zoals het nu gangbaar is onder druk staat. De motivatie bij leerlingen is tanende, de inhoud sluit niet langer aan bij de belevingswereld, en het curriculum staat bol van de andere prioriteiten. Digitale alternatieven en multimediale verwerkingsvormen bieden bovendien veel mogelijkheden om cultureel georiënteerd onderwijs anders vorm te geven.Toch kan het ondoordacht schrappen van het vak belangrijke negatieve gevolgen hebben: taalvaardigheid, kritisch denken en cultureel bewustzijn kunnen eronder lijden, en er gaat een bron van introspectie en maatschappelijk debat verloren.
Het is daarom verstandig om te pleiten voor een eigentijdse hervorming: literatuur niet als verplicht en verouderd blok, maar als flexibel, projectmatig vak met ruimte voor moderne media, actualiteit en keuzevrijheid. Integratie met geschiedenis, maatschappijleer en digitale tools kan zorgen voor meer betrokkenheid en relevantie. Op die manier komt literatuur weer tot leven als een venster op de wereld, in plaats van de dode letter in het klaslokaal.
Onderwijs heeft immers niet slechts als doel kennis of vaardigheden bij te brengen, maar juist om de leerling te vormen tot een autonoom, cultureel bewust en kritisch mens. Dat vraagt niet om star vasthouden aan traditie, maar ook niet om het roekeloos afschaffen ervan. Het debat over de toekomst van literatuuronderwijs moet daarom gevoerd blijven worden, met oog voor zowel traditie als vernieuwing – juist omwille van de leerlingen die het betreft.
Beoordeel:
Log in om het werk te beoordelen.
Inloggen