After Frankenstein: Hedendaagse adaptatie van schepping, schuld en stem
Dit werk is geverifieerd door onze docent: 16.01.2026 om 14:38
Soort opdracht: Analyse
Toegevoegd: 16.01.2026 om 14:12

Samenvatting:
After Frankenstein herinterpreteert Shelley's roman: schepping, schuld en stem; Mary als maker, collectieve verantwoordelijkheid, taal en rouw. 🎭
After Frankenstein: Schepping, Schuld en Stem in de Hedendaagse Adaptatie
Introductie
Wat gebeurt er met een schepping zodra die losraakt van haar schepper? In een tijd waarin technologie en wetenschap razendsnel vooruitgaan, rijst steeds vaker de vraag: wie draagt de verantwoordelijkheid voor nieuwe vormen van leven en kennis? De theatervoorstelling *After Frankenstein*, gebaseerd op Mary Shelleys iconische roman en haar persoonlijke biografie, plaatst deze klassieke kwestie in een eigentijds licht. Niet enkel de tragische wetenschapper Victor Frankenstein en zijn monster passeren de revue; ook de jonge schrijfster Mary Shelley zelf stapt op het podium als medeverteller en schepper. *After Frankenstein* durft de fundamentele vragen van het originele werk te herinterpreteren: over schepping, schuld en sociale reactie, maar ook over wie er eigenlijk gehoord wordt in het verhaal. In dit essay analyseer ik hoe deze adaptatie de klassieker herschept door te spelen met vertelniveaus, personages en theatertechniek. Daarbij betrek ik literaire theorie rond auteurschap (Mellor, Gilbert & Gubar), biografische context van Shelley, en actuele ethische discussies rond wetenschap en verantwoordelijkheid.Context en theoretische kaders
Mary Shelley schreef *Frankenstein* op jonge leeftijd, onder invloed van persoonlijke tragedies—het verlies van haar moeder, het overlijden van haar eerste kind—én onder het literaire gesternte van romantici als Percy Bysshe Shelley en Lord Byron. Haar verblijf aan het Meer van Genève in 1816, waar het beroemde "spookverhaalwedstrijdje" werd gehouden, bracht haar in de directe nabijheid van intellectuele vernieuwers en experimenten met galvanisme, waar wetenschap abrupt de ethiek van leven en dood raakte.Tegenwoordig wordt *Frankenstein* vaak gelezen door een feministisch prisma. Anne K. Mellor stelt in haar analyses dat het monsterverhaal tevens een commentaar is op moederschap, creativiteit en vrouwelijke autoriteit in een door mannen gedomineerde context. Tegelijk biedt de roman stof voor een bio-ethische benadering: Victor’s experiment roept vragen op die in het tijdperk van genetische manipulatie en kunstmatige intelligentie nog altijd urgent zijn. Narratologisch gezien is het interessant dat Shelley kiest voor meerdere ingekaderde vertellers—van Walton tot Victor en uiteindelijk het wezen zelf—wat de betrouwbaarheid van het verhaal problematiseert. In *After Frankenstein* komen deze theorieën samen, omdat de voorstelling niet alleen het romanverhaal uitbeeldt, maar ook haar eigen maakproces en de biografische context van Shelley zichtbaar maakt.
Gelaagde structuur en verteltechniek in After Frankenstein
De kracht van *After Frankenstein* ligt in de manier waarop het verschillende verhaallijnen verstrengelt. Niet alleen zien we de strijd tussen Victor en het wezen, maar ook Mary Shelley als personage, schrijvend aan haar eigen plot en tastend naar woorden om het onzegbare uit te drukken. Deze dubbele dramaturgie—waar fictie en autobiografie elkaar overlappen—creëert een metatheatraal speelveld: we worden als publiek voortdurend herinnerd aan het feit dát we naar een constructie kijken, waarin het niet definitief duidelijk is wie de ware schepper, verteller of dader is.Een voorbeeld hiervan is de manier waarop scènes abrupt wisselen tussen Shelley's kamer (waar ze worstelt met rouw en nachtmerries) en het laboratorium van Victor, waar de daad van schepping voltrokken wordt. Motieven als (nacht-)schrijven en de blik van buitenstaanders keren telkens terug, en zetten de thematiek van creatie en uitsluiting kracht bij. Deze gelaagdheid wordt extra voelbaar wanneer Mary Shelley zich nadrukkelijk tot het publiek wendt en reflecteert op haar eigen rol als verteller, een fenomeen dat vragen oproept over verantwoordelijkheid: van wie is het verhaal en wie moet rekenschap afleggen over de gevolgen?
Thema: Scheppen en verantwoordelijkheid
Ethiek van creatie
In zowel roman als voorstelling is de centrale ethische vraag: wat betekent het eigenlijk om iets (of iemand) te scheppen? Victor Frankenstein haalt alles uit de kast om zijn monster tot leven te wekken, maar zodra dat gelukt is, trekt hij zich angstig terug en laat zijn creatie aan haar lot over. Evenzo kijkt Mary Shelley aanvankelijk met verwondering en angst naar haar eigen woorden, die een leven beginnen te leiden dat zij niet langer volledig stuurt. In één van de meest aangrijpende scènes zwijgt Victor, terwijl zijn schepping voor het eerst tot leven komt—het toneellicht schakelt over van klinisch wit naar schaduwrijk blauw, wat de ambiguïteit van het moment benadrukt.De vraag "wie draagt de verantwoordelijkheid?" blijft ongemakkelijk hangen. Victor erkent noch zijn schepsel, noch de gevolgen van zijn daad, terwijl Mary—spiegelend in haar literaire arbeid—de worsteling met haar daden niet schuwt. Daarmee laat de voorstelling zien dat verantwoordelijkheid niet eenvoudig aan de schepper toe te schrijven is: de schepping krijgt immers autonomie, groeit, verlangt naar zorg en erkenning.
Collectieve aansprakelijkheid
Niet alleen de schepper draagt verantwoordelijkheid; ook de samenleving speelt een cruciale rol. In de tweede akte van *After Frankenstein* wordt uitgebeeld hoe het wezen, al snel na zijn geboorte, op stelselmatige afwijzing en zelfs lynchpartijen stuit. Angst en agressie vieren hoogtij zodra het onbekende het vertrouwde binnenwandelt—een thema dat helaas nog altijd actueel is in discussies rond vreemdelingenschap en uitsluiting.Een sleutelrol is hierbij weggelegd voor de scène waarin het wezen liefdevol observeert hoe een boerenfamilie elkaar taal en empathie bijbrengt, om vervolgens met geweld verjaagd te worden zodra zijn ware gestalte zichtbaar wordt. De samenleving wordt spiegelend aan Victor verantwoordelijk gehouden: zij had kunnen kiezen voor opvang of educatie, maar kiest uiteindelijk voor afwijzing. Zo wordt duidelijk: schuld is collectief en niet enkel individueel.
Thema: Identiteit, taal en socialisatie
Het leerproces van het wezen vormt een kernmoment. Aanvankelijk spreekt hij niet—letterlijk stemloos en onbegrepen—tot hij via het observeren van het gezin De Lacey de kracht van woorden ontdekt. Dit proces is ontroerend op het toneel gevat door stiltes, gebaren en het geleidelijk inbrengen van geluid en lettergrepen. Zodra taal zich meester maakt van het wezen, groeit niet alleen zijn empathie, maar ook zijn tragiek: kennis maakt hem gevoelig voor zijn uitsluiting, en zijn vragen om erkenning blijven onbeantwoord.Dit sluit aan bij Nederlands onderwijs waarbij taalleren vaak gezien wordt als het hekwerk naar sociale integratie, maar waarin tegelijkertijd de pijnlijkheden van verkeerde accenten, uitsluiting en miskenning bestaan. *After Frankenstein* maakt voelbaar dat taal een levenslijn en een valkuil is: het verleent identiteit, maar kan haar ook breken.
Thema: Rouw, verlies en literaire productie
Mary Shelley's persoonlijke rouw weeft zich als een donkere draad door zowel haar leven als haar schrijven. De voorstelling legt rechtstreeks verband tussen het verlies van haar moeder en kind, haar existentiële eenzaamheid, en de monsterlijke buitenstaander die zij schept. De keuze om Mary Shelley daadwerkelijk mee te laten schrijven op het toneel, soms letterlijk met pen aan het papier, legt het literaire scheppen als rouwverwerking onder een vergrootglas.In educatieve context verdient dit bijzonder aandacht—het verwoorden van verlies is bekend terrein in Nederlands schrijfonderwijs en wordt vaak ingezet als middel tot verwerking. De voorstelling sluit daarmee aan bij het geloof in schrijven als act van heling en erkenning, waarbij biografie en fictie elkaar voortdurend aanvullen en ondergraven.
Karakteranalyse: Victor Frankenstein en Het wezen
Victor Frankenstein
Victor wordt op het toneel neergezet als een man die voortdurend zijn morele verantwoordelijkheid ontloopt. In plaats van contact of een gesprek aan te gaan met zijn creatie, trekt hij zich steeds verder terug—zowel letterlijk als figuurlijk, door zichzelf op te sluiten in zijn studeerkamer of door te vluchten naar het buitenland. Zijn monologen, vaak in staccato uitgesproken, onthullen zijn obsessieve drang tot kennis, maar ook zijn groeiende isolement: "Waarom heb ik u geschapen?" echoot steeds na.Deze houding is herkenbaar: in het Nederlands debat over technologische innovatie klinkt vaak terughoudendheid door wanneer ethische consequenties niet direct te overzien zijn. Victor staat symbool voor het onvermogen voorbij het wetenschappelijke experiment te kijken naar menselijke behoeften.
Het wezen als morele spiegel
Het wezen wordt neergezet als een spiegel voor het publiek: wie is er eigenlijk monsterlijk, het schepsel of de mens? Herhaaldelijk zoekt het wezen verbinding: een uitgestoken hand, een hulpvraag, een verzoek om geliefd te mogen worden. Zijn taalgebruik—steeds rijker en preciezer—wijst juist op morele ontwikkeling die zijn schepper ontbeert. Hij stelt vragen die raken aan mensenrechten en het belang van erkenning: "Bent u niet mijn vader? Ben ik niet uw verantwoordelijkheid?"Juist deze spiegelwerking stelt het publiek voor de vraag: wie sluiten wij uit? Wie krijgt wel en wie krijgt nooit een stem? In de Nederlandse cultuur, gekenmerkt door discussies over inburgering, integratie en collectieve verantwoordelijkheid, is dit een pijnlijke en actuele vraag.
Dramaturgische en theatrale middelen
De regie van *After Frankenstein* benut de mogelijkheden van theater ten volle. Licht en schaduw worden bewust ingezet om het grensgebied tussen dood en leven zichtbaar te maken: het moment van de "oerknal", wanneer het wezen tot leven komt, schakelt het licht abrupt en pulseert er een diep, elektrisch geluid over de speakers. Het elektrisch motief, historisch verbonden aan galvanisme, krijgt zo tastbare beleving mee. Kostuums zijn sober, met een enkel opvallend accessoire (zoals het witte doktersjas van Victor) dat de rolwisselingen accentueert. Meerdere acteurs nemen soms om beurten de rol van Victor, Mary of het wezen op zich, wat benadrukt dat identiteit en verantwoordelijkheid niet vastliggen, maar collectief kunnen verschuiven.Het decor—vaak gefragmenteerd, met losse objecten en open ruimtes—verbeeldt de breuklijnen tussen personages en hun innerlijke werelden. Door in te zetten op fysieke transformatie en het zichtbaar maken van theaterillusie, lijkt het alsof de grenzen tussen maker, materiaal en publiek telkens opnieuw beproefd worden.
Vergelijking met Shelleys roman en adaptatievraagstukken
Waar de roman zich vooral concentreert op het conflict tussen Victor en het wezen, voegt *After Frankenstein* Mary Shelley zelf als volwaardig personage toe. De voorstelling mixt biografische met fictieve lagen tot een haast caleidoscopische ervaring, waarin tijd en ruimt voortdurend verschuiven. De vertellerpositie is niet langer exclusief. Dit levert nieuwe betekenissen op: de tragedie van creatie wordt ook een meta-verhaal over vertellen zelf. De keuze om het script te comprimeren en visuele metaforen op te voeren is typisch voor het theater: een intieme monoloog zegt hier soms meer dan tien bladzijden roman.Theoretische verdieping / alternatieve lezingen
Hoewel de focus vaak ligt op de schuld van Victor, betoogt een alternatieve lezing dat de echte fout bij de samenleving ligt—de voortdurende afwijzing en stigmatisering van het wezen als blauwdruk voor maatschappelijke uitsluiting. Feministische analyses brengen nog een laag aan: Shelley’s positie als vrouwelijke auteur, die zich een stem verwerft in een mannenwereld, weerklinkt in het zwijgen of monddood maken van het monster. Hiermee nuanceert de voorstelling de klassieke interpretaties en verrijkt het originele verhaal.Methodologische reflectie en bronnen
Mijn analyse is tot stand gekomen via close reading van de voorstellingstekst en door bestudering van Shelleys roman, aangevuld met kennis uit recensies (NRC, Theaterkrant) en theoretische secundaire literatuur, zoals Anne K. Mellors *Mary Shelley: Her Life, Her Fiction, Her Monsters* en artikelen van Gilbert & Gubar over auteurschap. Deze bronnen heb ik naast elkaar gelegd om niet alleen literaire motieven, maar ook dramaturgische keuzes en maatschappelijke relevantie te duiden.Conclusie
*After Frankenstein* weet het klassieke monsterverhaal te herijken en plaatst de vraag naar schepping, schuld en stem centraal in een actuele context. Door biografie, fictie en theatrale middelen te verweven, toont de voorstelling de ambiguïteit van verantwoordelijkheid: niet enkel de maker, maar ook de gemeenschap en het publiek worden uitgedaagd hun rol te erkennen. In een maatschappij, waar biotechnologie, migratie en de grenzen van menselijke macht dagelijks ter discussie staan, biedt deze adaptatie niet alleen een spiegel, maar ook een waarschuwing. Wie creëert, draagt verantwoordelijkheid—maar wie uitsluit, is minstens even schuldig. De vraag die blijft hangen: zijn wij bereid het onbekende een plaats te geven, of blijven we onszelf herhalen in angst?---
Bronnenlijst:
- Mary Shelley, *Frankenstein; or, The Modern Prometheus* (editie Prometheus, vert. Birgitte Grundemann, Amsterdam 2017) - Anne K. Mellor, *Mary Shelley: Her Life, Her Fiction, Her Monsters* (Routledge, 1988) - Sandra Gilbert & Susan Gubar, *The Madwoman in the Attic* (Yale UP, 1979) - Artikelen en recensies uit NRC en Theaterkrant over recente Nederlandse en Vlaamse Frankenstein-adaptaties - Productieprogramma *After Frankenstein* (het Nationale Theater, 2023)
Beoordeel:
Log in om het werk te beoordelen.
Inloggen