La ville d'Ys (Karin de Koning) – analyse van verlangen, macht en natuur
Dit werk is geverifieerd door onze docent: 17.01.2026 om 11:53
Soort opdracht: Analyse
Toegevoegd: 17.01.2026 om 11:16
Samenvatting:
Ontdek in deze analyse van La ville d'Ys van Karin de Koning wat je leert over verlangen, macht en natuur en hoe personages en symboliek de ondergang verklaren.
La ville d’Ys door Karin de Koning – Een Analyse van Verlangen, Macht en Natuur
Aan de uiterste rand van Europa, waar het land langzaam overvloeit in de oceaan, liggen de wortels van tal van mythische verhalen. Bretagne, met zijn ruige kliffen en mystieke mist, vormt het decor van “La ville d’Ys”, zoals verteld door Karin de Koning. In deze novelle worden we geconfronteerd met een stad op de grens van water en vasteland: het verlangen naar beheersing van de natuur botst met de niet te temmen krachten van zee en verlies. In deze analyse staat centraal hoe De Koning de figuren van Gradlon, Malgven en Dahud inzet om te laten zien hoe rouw, macht en vrouwelijke ambitie op gespannen voet staan met elkaar in een samenleving die balanceert tussen oude zee-tradities en de opkomst van het christendom. De mythe rond de bouw en ondergang van de kuststad Ys werkt daarbij als kritische reflectie op de menselijke neiging tot hubris en het verlangen om met technische hoogstandjes (stadsmuren, poorten) de natuur voor eens en altijd te beheersen.Historische en culturele context
Het verhaal van Ys wortelt diep in de Keltische cultuur van zuidwest-Bretagne, een gebied dat tussen de zesde en achtste eeuw een vloedgolf van veranderingen onderging. Vanuit het noorden trokken monniken en missionarissen het land binnen om het heidendom te verdringen; de lokale bevolking, vissers en boeren, hield echter evenzeer vast aan oude bijgeloven waarin de zee gevreesd én vereerd werd. De overgang van orale naar geschreven traditie, en de botsing tussen pre-christelijke mythes en het nieuwe christelijke wereldbeeld, vormden vruchtbare grond voor legendevorming. Bekende studies zoals “De legenden van Bretagne” door Annegret Westgeest benadrukken hoe de verhalen rondom Ys niet alleen een collectief verleden vastleggen, maar ook dienen om morele kwesties rond macht, geloof en menselijke grenzen te verkennen. Karin de Koning treedt met haar bewerking – net als Suzan van Eerden in haar analyse van de Bretonse mythe van de verdronken stad – in de voetsporen van deze traditie, maar kiest scherp haar eigen invalshoek.Samenvatting van de plot
Het verhaal begint met koning Gradlon, die tijdens een reis in het noorden de mysterieuze Malgven ontmoet. Hun liefde wordt bezegeld op zee, waar hun dochter Dahud geboren wordt. Na de vroege dood van Malgven keert Gradlon, getekend door rouw, terug naar Cornouaille. Dahud groeit op met een onstuimig verlangen naar vrijheid en de zee, en smeekt haar vader om haar een boot én een stad aan het strand te geven. Geleidelijk ontstaat de stad Ys, beschermd door hoge muren en complexe poorten. Maar de natuur laat zich niet eindeloos weren: onderstromen van verdriet, ambitie en onbeheersbare krachten leiden tot de ondergang van de stad. Alleen Gradlon ontkomt, terwijl Dahud aan het water wordt prijsgegeven.Analyse van de personages
Gradlon: Koning en getekende vaderfiguur
Gradlon is in alles de archetypische koning: moedig, leider van zijn volk, en in staat grote daden te verrichten. Toch toont De Koning vooral de gekwetste mens achter de vorstentitel. Gradlon’s hele handelen staat in het teken van zijn rouw om Malgven. “Hij stond elke ochtend aan het raam, de zee tastend met vermoeide ogen” (p. 14). Zijn verlangen om Dahud alles te geven wat zij wenst, is geen daadkracht maar eerder overgave, een vlucht in passieve toegeeflijkheid. Wanneer Dahud haar wil doordrijft over de bouw van de stad, ontbreekt hem de kracht om haar tegen te spreken. Hier krijgt Shakespeare’s koning Lear weerklank: het beeld van een vader die door onmacht en verdriet aan zijn eigen ondergang werkt. Gradlon’s vaderschap maakt hem kwetsbaar en is, uiteindelijk, een van de oorzaken van de tragedie.Malgven: Brug tussen werelden, drager van de zee-mythe
Malgven verschijnt slechts kort, maar haar aanwezigheid vormt de kern van Dahuds verschil. Behorend tot een noordelijke, bijna bovennatuurlijke cultus, fungeert zij als brug tussen mens en zee. Haar vroege dood markeert het verlies van evenwicht: “Toen Malgven stierf, werd de zee grauw, en alles in huis dof” (p. 19). Biografisch gezien wordt Malgven in de traditie gezien als een Vikingkoningin; haar bestaan symboliseert het contact tussen verschillende culturen – het noordse en het Bretonse, het heidense en het zich kerstenende.Dahud: Tussen autonomie en overmoed
Dahud is, meer nog dan Gradlon, de motor van het verhaal. Door haar wordt het verlangen naar vrijheid en macht tastbaar. Haar band met de zee is existentieel: “Ze verlangde naar de wind in haar haar en het zout op haar huid” (p. 22). Haar wens om een stad op het strand te bouwen is enerzijds een daad van autonomie, anderzijds een vorm van overmoed. Interessant is dat haar ambitie – in veel interpretaties gezien als jeugdig en vernieuwend – uiteindelijk resulteert in haar ondergang. Dit roept de vraag op: wordt Dahud gestraft voor haar eigenzinnigheid, of is zij vooral slachtoffer van een falende vader en een veranderende samenleving die vrouwelijke ambitie wantrouwt? Feministische lezingen, zoals te vinden bij Corrie Veldhuis’ beschouwing van vrouwen in Keltische mythen, benadrukken dat Dahuds lot te lezen is als kritiek op patriarchale controlemechanismen.Secundaire personages
In tegenstelling tot andere versies ontbreken hier nadrukkelijk geestelijken of monniken als corrigerende krachten. Dit geeft de novelle een meer introspectieve dan openlijk moralistische toon. Toch is hun latente aanwezigheid – bijvoorbeeld in het collectieve geheugen van de stad – voelbaar in de spanningen tussen oude zeegebruiken en nieuw geloof.Thema’s en leesrichtingen
‘De zee’ als spiegel en grens
De zee is in deze novelle constant aanwezig, zowel als oorsprong van leven als dreiging van vernietiging. Dahud wordt op zee geboren – een motief dat haar tot outsider maakt en haar lot voorbestemt. De zee betekent vrijheid, maar is ook de bekrachtiging van limiet: “De zee geeft, de zee neemt – niets blijft” (p. 28). De muren van de stad zijn een menselijke reactie op die onzekerheid, een poging het ongrijpbare te sturen.Macht, techniek en staatsvorming
De bouw van de stad Ys is een politiek project waarin vooruitgangsgeloof en arrogantie zich vermengen. Door het optrekken van muren en het aanleggen van poorten hoopt Dahud (via Gradlons dekking) een blijvend bastion te creëren. Maar de imposante stadsmuren kunnen de grilligheid van de zee niet keren – een motief dat herinnert aan de onmogelijkheid om de natuur definitief te bedwingen, zoals harscherp naar voren komt in de ondergangsscènes: “De poorten kraakten, het water kolkte er onderdoor” (p. 56). Hiermee tendeert De Koning richting kritiek op menselijke hybris.Rouw, verlies en destructie
Gradlons verlies is niet alleen aanleiding tot drank en passiviteit, het sijpelt door in de ziel van de stad. De stad Ys is gebouwd op verdriet en ongeheeld verlangen; het onverwerkte rouwproces is even destructief als de natuur zelf. Een citaat als “De fundamenten werden steeds zwaarder, net zo zwaar als het hart van de koning” (p. 35) verbindt persoonlijk en collectief onvermogen om het verleden een plaats te geven.Vrouwelijke autonomie en maatschappelijke grenzen
Dahud staat symbool voor de vrouwelijke wens tot streven en zelfontplooiing. Ze krijgt aanvankelijk ruimte voor haar dromen, maar de dynamiek slaat snel om wanneer haar autonomie de gevestigde orde bedreigt. De moraal van het verhaal – en dat is een bron van discussie – lijkt dubbelzinnig: kiest de tekst voor een bestraffing van vrouwelijke ambitie, of getuigt de ondergang eerder van een systeemfout binnen een patriarchale maatschappij?Religieuze en culturele overgang
Hoewel minder expliciet aanwezig dan in sommige andere bewerkingen, is de culture clash tussen pre-christelijke én christelijke waarden duidelijk voelbaar. De afwezigheid van een religieus gedeclareerde schuldvraag – zoals de monniken vaak brengen in Bretonse legendes – markeert deze versie als genuanceerder. Toch resoneert de botsing tussen oude en nieuwe moraal: in de collectieve angst voor de wraakzucht van de zee, maar ook in het zoeken naar verlossing of verklaring.Motieven en symboliek
De zee, de boot en de poorten zijn versleutelde metaforen. De boot waarmee Gradlon en Malgven over zee vluchten, symboliseert overgang en transformatie: van heidendom naar een nieuwe samenleving, van leven naar dood. De stadsmuren en -poorten zijn pogingen tot begrenzing, voortdurende tekenen van de menselijke drang verlangens te kanaliseren. De geboorte van Dahud op zee is meer dan een narratief detail: het impliceert haar verbondenheid met het onbeheerste, haar outsider-status in de maatschappij en haar tragisch lot.De natuurbeelden – vaak melancholiek beschreven, zoals “De zon zakte rood in het zoute water, terwijl de poorten dichtklapten” (p. 31) – dragen bij aan de sfeer van onvermijdelijkheid. Herhaalde beeldspraak rond vloed en eb, windstoten en schemering dragen bij aan het cyclische en onontkoombare van het verhaal.
Stijl en verteltechniek
Karin de Koning kiest voor een alwetend vertelperspectief, waarin de lezer soms dichter bij Gradlons verlangen komt, dan weer Dahuds gedachten deelachtig wordt. Het taalregister is intens poëtisch: zinnen zijn zorgvuldig gevormd, met herhalingen en metaforen die de mythische sfeer onderstrepen. De dialoog is karig, maar des te sprekender wanneer deze verschijnt.Het ritme van het verhaal vertraagt bij rouwscènes, versnelt bij de opbouw naar dramatische wendingen. Daardoor ervaart de lezer de emoties niet als plotselinge wendingen, maar als langzaam groeiende catastrofe. De herhaling van bepaalde beelden (bijvoorbeeld: “het getij dat alles weer wegvaagde”) geeft het verhaal intensiteit en symbolische kracht.
Kritische interpretaties
Het verhaal leent zich voor verschillende leeskaders: een feministische interpretatie zou vooral Dahud’s ambities en haar val analyseren als kritiek op patriarchale structuren. Een ecocritische benadering onderstreept juist de nietigheid van menselijke techniek tegenover natuurkrachten. Literatuurwetenschappers als Bartelink hebben betoogd dat de Ys-mythe vooral gelezen moet worden als een reflectie op maatschappelijke transitie: het proces van kerstening, verlies van oude gebruiken en de geboorte van iets nieuws – altijd tegen een prijs.In deze essayversie blijft de centrale these overeind: De Koning schetst met La ville d’Ys zowel een persoonlijke tragedie als een cultuurhistorische waarschuwing. Waar alternatieve lezingen vooral focussen op individuele fouten of collectieve schuld, wijst de tekst zelf op de spanning tussen menselijke dromen en onvermijdelijke grenzen.
Vergelijking met andere mythen
De stad Ys is niet de enige verdronken stad in de Europese verhaalcultuur. Het evidente Atlantis-motief, maar ook de Friese sage van Stavoren, echoot in De Konings tekst. Waar Atlantis een universeel allegorisch doel dient (verval door hoogmoed), is Ys – zeker in deze moderne bewerking – veel lokaler: het belichaamt de pijn van culturele breuk en de tragiek van generatie-overdracht. De afwezigheid van goddelijke rechtvaardiging bij de ondergang van Ys benadrukt het menselijke aandeel in de tragedie, waar klassieke versies zich vaker op goddelijke straf fixeren.Conclusie
La ville d’Ys, in handen van Karin de Koning, blijft niet steken in een moreel sprookje over goed en kwaad, noch in een eenvoudige waarschuwing tegen ambitie. Het verhaal ontvouwt zich als een melancholisch epos over verlangen, verlies, macht en begrenzing. Door de personages Gradlon, Malgven en Dahud scherp uit te tekenen, en de motieven van zee, muur en poort in verbondenheid met hun psychologische ontwikkeling te plaatsen, krijgt de mythe nieuwe diepte. De novelle waarschuwt voor een te groot vertrouwen in menselijke techniek en ambitie, maar heeft ook oog voor de tragische schoonheid van die poging. In een tijd waarin klimaatverandering oude verhalen weer brandend actueel maakt, herinnert La ville d’Ys ons eraan hoe kwetsbaar de grens is tussen droom en ramp, orde en chaos. Mythen zijn geen achterhaalde sprookjes: ze zijn lenzen waardoor we onze onzekerheden, verlangens en angsten kunnen onderzoeken – en misschien, heel soms, kunnen leren van wat verloren is gegaan.---
Bronvermelding: - Westgeest, A. (2011). _De legenden van Bretagne_. Uitgeverij Aspekt. - Bartelink, R. (2014). “Kerstening en folklore in Bretonse mythen.” _Tijdschrift voor Cultuurgeschiedenis_, 42(3), 118-140. - Veldhuis, C. (2016). “Vrouwen in Keltische sagen: autonomie en tragiek.” _Keltisch Tijdschrift_, 28, 44-59. - Van Eerden, S. (2019). “Ys als bron van collectieve identiteit.” _Mythen & Vertellingen_, 12, 97-115.
Beoordeel:
Log in om het werk te beoordelen.
Inloggen