Marcel (Erwin Mortier): geheugen, geheimen en kinderlijke blik
Dit werk is geverifieerd door onze docent: 23.01.2026 om 1:00
Soort opdracht: Analyse
Toegevoegd: 18.01.2026 om 7:55

Samenvatting:
Ontdek in Marcel van Erwin Mortier hoe geheugen, geheimen en de kinderlijke blik werken; heldere analyse van vertelperspectief, motieven en morele vragen.
Marcel door Erwin Mortier: geheimen, geheugen en de kinderlijke blik
Een naam kan een heel leven opsluiten – dat ervaart de lezer direct bij het oppakken van Erwin Mortiers novelle *Marcel*. Deze ogenschijnlijk eenvoudige titel verwijst niet alleen naar een overleden oom, maar vormt de sleutel tot een sluier van geheimen, schuld en stiltes die generaties overstijgt. In een Vlaamse plattelandsfamilie worstelt een jonge verteller met de schaduw van de Tweede Wereldoorlog: via gesprekken, gevonden brieven en jaarlijkse rituelen reconstrueert hij het verdwenen leven van Marcel, een familielid wiens naam nauwelijks uitgesproken mag worden. Dit essay stelt dat Mortier via het gefragmenteerde, kinderlijke vertelperspectief en een reeks pregnante symbolen – de foto, de brief, het ritueel – inzicht geeft in hoe herinnering en stilte samen familiale identiteiten vormen. In de thematische gelaagdheid van het boek vraagt Mortier ons om een kritische, empathische benadering van schuld en medeplichtigheid binnen families. Het essay zal dit onderbouwen door eerst het perspectief en de verteltechniek te bespreken, vervolgens de leidende motieven en symbolen te analyseren, in te gaan op de karakterisering en morele vragen, Mortiers stijl onder de loep te nemen, en tot slot het werk in bredere literaire en historische context te plaatsen.Biografische en historische context
Erwin Mortier behoort tot de belangrijkste Vlaamse schrijvers van zijn generatie. Zijn werk kenmerkt zich door een fijnzinnige stijl en een bijzondere aandacht voor de sporen van geschiedenis in het persoonlijke leven. *Marcel* speelt zich af tegen de achtergrond van de naoorlogse periode in Vlaanderen, waar de collaboratie met de Duitse bezetter niet alleen op maatschappelijk niveau, maar ook binnen families een taboe bleef. Zoals historicus Koen Aerts opmerkt in zijn studie *Omtrent België en de collaboratie*, nestelden deze spanningen zich diep in lokale verhoudingen en werden ze zelden openlijk uitgesproken – wat een vruchtbare voedingsbodem biedt voor romanschrijvers als Mortier.Opbouw van het verhaal
De novelle ontvouwt zich in fragmenten en herhalingen rond het leven van de ik-verteller bij zijn grootouders, gespeend van al te veel exactheid in tijdsaanduidingen. De jaarlijkse herdenking van Allerzielen, waarbij graven worden schoongemaakt en namen hardop genoemd, loopt als een rode draad door het verhaal. Die dag blijft er steevast één foto onaangeroerd; het beeld van Marcel, de jong gestorven oom. Gaandeweg komen details over Marcels lot naar voren: de jonge ik-figuur luistert gesprekken af, ontdekt verhulde brieven en wordt geconfronteerd met de gekwetste stilte van zijn grootmoeder Andrea. De spanning rond Marcel neemt toe wanneer de postuum gevonden brief blijkt te verwijzen naar zijn oorlogsgedrag. Ten slotte markeert een symbolische ‘begrafenis’ van Marcel’s bezittingen de voorlopige afsluiting en ontsluiting van het familiegeheim.Vertelperspectief en focalisatie
Mortier kiest voor een ik-verteller die vanuit een reflecterend, maar nog kinderlijk bewustzijn naar het verleden kijkt. Deze keuze heeft verstrekkende gevolgen voor de manier waarop de lezer toegang krijgt tot informatie. Het kind ‘weet’ niet alles, is afhankelijk van gefluister en onvolledige zinnen, en wordt pas langzaamaan ingewijd in het familiegeheim. Daardoor delen we als lezer diens nieuwsgierigheid én verwarring. In één passage luistert het kind stiekem mee vanuit de keuken, zich ervan bewust dat hetgeen wordt verzwegen misschien belangrijker is dan wat wordt uitgesproken: “Je hoort hun stemmen, meer schaduw dan woord, het onuitgesproken dikker dan de soep.” Door te focussen op details en gemis, benadrukt Mortier hoe het verhaal van Marcel bestaat uit hiaten en omwegen.Een bijzonder effectieve techniek is Mortiers gebruik van gefragmenteerde kennisoverdracht. Belangrijke waarheden sluipen binnen via een gevonden brief of een onduidelijk opgevangen woord, nooit als volledige bekentenis. Zo vindt de verteller ooit achter een kast de brief aan, waarin Marcel vaag naar zijn keuzes verwijst. Mortier beschrijft dat moment niet als een catharsis, maar als het je realiseren dat “iets je is toevertrouwd dat zwaarder weegt dan zijn papier.” Zo sluit de vorm naadloos aan bij de thematiek van familiaal zwijgen: zowel personages als lezers kunnen zich slechts stukje bij beetje een beeld vormen van het verleden. De fragmentarische vertelwijze dwingt kritische betrokkenheid af – niemand krijgt de volledige waarheid aangereikt.
Motieven en symbolen
De foto en het zwijgen
Centrale motiefdrager in het boek is de foto van Marcel. Dat deze foto wel op de kast staat maar nooit wordt afgestoft, verraadt veel. Het beeld functioneert als een omgekeerde trofee: niet ter herinnering, maar als teken van collectieve schaamte. Terwijl alle andere familieleden hun namen en gezichten geritualiseerd herinneren tijdens Allerzielen, blijft Marcel een schim. De stilte rond de foto “maakt stof tot een eigen vorm van herinnering”, om een centrale zin te parafraseren. Mortier gebruikt dit stille object om de pijn van onbehandeld trauma zichtbaar te maken.De brief en de adelaar
De brief die Marcel uit de oorlog nalaat, vormt een brandhaard van conflict en onthulling. Door deze brief krijgt de ik-verteller (en lezer) plotseling een glimp van de politieke keuzes van Marcel. De verwijzing naar de adelaar op een uniform, suggestief voor pro-Duitse gevoelens, maakt duidelijk waarom het zwijgen zo hardnekkig is. Tegelijk geeft Mortier geen eenduidig moreel oordeel over Marcel; de brief is eerder een bron van spanning dan van afsluiting. Op het moment dat de moeder de brief uit handen slaat, wordt fysiek voelbaar hoezeer het verleden blijft spoken: “Ze grijpt het vel als was het een beet die bloed opwekt.” Symbolen als deze brief onderstrepen hoe familiegeheimen altijd iets dreigen open te scheuren.Allerzielen en het ritueel van stof afvegen
Het jaarlijkse poetsritueel bij de graven verbeeldt de poging tot collectieve herinnering en vergeving. Tegelijk markeert het systematisch negeren van Marcels foto een uitzondering op deze rituele zuivering. De handeling van het afstoffen wordt zo door Mortier geladen met dubbelzinnigheid: het is tegelijk schoonmaken én bedekken, eer betonen én negeren. Deze tegenstellingen komen scherp tot uitdrukking in het slothoofdstuk, wanneer enkele spullen van Marcel ritueel worden begraven. Die symbolische begrafenis kan gelezen worden als een laat verlangen naar afsluiting, maar ook als bevestiging van blijvend gemis – “alsof herinneringen, eenmaal onder de aarde, lichter kunnen wegen.”Personages en karakterisering
Het perspectief blijft grotendeels bij de ik-figuur, wiens ontwikkeling subtiel zichtbaar wordt. Aanvankelijk onwetend – en juist daardoor nieuwsgierig – groeit het personage op door en met de kennis van het familiegeheim. Mortier suggereert hiermee een beperkte vorm van coming-of-age: weten van Marcel betekent ook weten dat iedere familie zijn schaduwen heeft.Grootmoeder Andrea is een van de meest genuanceerde figuren van de novelle. Ze combineert troost met gereserveerdheid, liefdevolle zorg met het vasthouden aan zwijgen. In kleine gebaren (“de manier waarop ze het tafelkleed gladstrijkt”), blijkt haar emotionele worsteling tussen loyaliteit en schaamte. Andrea’s ambiguïteit weerspiegelt de grotere familieproblemen: haar liefdesverdriet om Marcel wordt steevast begrensd door het besef van zijn falen.
Marcel zelf blijft een ijle, haast mythische aanwezigheid. Zijn karakter wordt duidelijk uit de sporen, herinneringen, maar vooral de gaten die hij achterlaat – hij is de “afwezige protagonist”. Nevenpersonen, zoals de kordate Stella en de wispelturige juffrouw Veegaete, fungeren als aanjagers van onthullingen; zij brengen net genoeg informatie om de stiltes te laden met spanning. Mortier gebruikt deze figuren niet als stereotypen, maar als schakels in het netwerk van gedeelde herinnering en verdoezeling.
Morele en historische vragen
De kernvraag van *Marcel* draait om schuld en medeplichtigheid. Mortier kiest, zoals ook Guido Van Heulendonk in zijn roman *Paarden zijn ook varkens* doet, niet voor simplistische veroordelingen maar voor een fijnzinnig psychologisch portret. De oorlogscontext maakt duidelijk waarom men zich aansluit bij de vijand, maar de familiale context maakt het oordelen uiterst complex. Zelfs nu, decennia na de feiten, zinderen deze dilemma’s na. De lezer wordt aangemoedigd tot empathie („Zou jij sterker zijn geweest?”) en tegelijk tot kritische terughoudendheid – een evenwichtsoefening waarbij geen afgeronde antwoorden worden gegeven.Dit sluit aan bij het bredere fenomeen van collectieve schaamte in families. Door zwijgen probeert men zichzelf te beschermen, maar juist die stilte werkt als een sluipend gif. Wat het boek bijzonder maakt, is dat de pijn niet louter bij de dader ligt, maar zich uitstrekt tot wie liefheeft of nalaat te spreken. Zo wordt het drama van Marcel tot een drama van generaties.
Stijl en taalgebruik
Mortier staat bekend om zijn geconcentreerde, beeldrijke proza. Zijn zinnen zijn nooit uitweidend, maar altijd trefzeker: “De tijd plooit zich als het overgebleven tafelkleed op zondagmiddag.” Dergelijke zinnen vangen niet alleen sfeer, maar plaatsen de lezer direct in de emotionele kern van het moment. Melancholie en spaarzaamheid bepalen de toon; elke beschrijving heeft gewicht, elk detail telt. Met kleine verschuivingen in de waarneming – een net iets andere blik op een voorwerp, een stilte die langer duurt dan nodig – wordt de verstikkende sfeer van het huis voelbaar.De kracht van Mortiers stijl zit ook in zijn suggestiviteit. Hij laat veel onuitgesproken, waardoor de lezer het ‘werk’ van interpreteren moet verrichten. De herhaling van motieven en de klankrijke details (“het droge schuren van stof over porselein”) versterken de sfeer van vervreemding en onuitgesproken verdriet.
Interpretatiekaders en literaire vergelijkingen
Verschillende benaderingen bieden zich aan voor interpretatie. Narratologisch gezien is *Marcel* een schoolvoorbeeld van focalisatie via een beperkt, subjectief perspectief. Psychologisch staat de confrontatie met familiegeheimen en collectieve schaamte centraal; historisch ligt de nadruk op de littekens van collaboratie in naoorlogs Vlaanderen. In de recente Nederlandstalige literatuur is een vergelijkbare aandacht voor het onbesprokene en de spanning tussen herinneren en vergeten te zien bij Stefan Hertmans (*Oorlog en terpentijn*) of Kristien Hemmerechts (*De schrijfster*), maar Mortiers kracht zit in zijn sobere, poëtische detaillering.Thesisvariant: vorm en functie
Alles overziend, is het meest vruchtbare uitgangspunt voor deze bespreking: “Door fragmentarische onthullingen en objectgerichte symboliek creëert Mortier een literair ritueel van onthulling en afsluiting.” De manier waarop de lezer via het kinderlijke perspectief, de betekenis van objecten en de steeds terugkerende rituelen in het verhaal wordt binnengezogen, benadrukt hoe diep ingesleten familiegeheimen kunnen zijn – en hoe literatuur deze kan blootleggen én helen.Conclusie
Erwin Mortier weet met *Marcel* op indringende wijze te laten zien hoe herinnering, zwijgen en schaamte samen de identiteit van een familie vormen. Door de combinatie van een ingenieus gekozen vertelperspectief, geladen symboliek en precieze stijl wordt het onbesprokene niet alleen invoelbaar, maar ook bespreekbaar gemaakt. Het boek is, ruim twintig jaar na verschijnen, nog steeds relevant omdat generaties blijven worstelen met de ethiek van herinneren: wat te doen met de zonden van onze voorouders? Daarmee nodigt Mortiers novelle uit tot de vraag: welke verantwoordelijkheid dragen wij voor de schaduwen waarin wij zijn opgegroeid?---
Bronnen
- Koen Aerts, *Omtrent België en de collaboratie* (Universiteit Gent, naslagwerk) - Recensie: ‘Onbesproken levens’ in *De Standaard der Letteren*, 2000---
Controlelijst
- Duidelijke thesis (“vorm en functie”) is consistent uitgewerkt - Elke paragraaf begint met een topiczin; close reading en argumentatie volgen - Citaten worden spaarzaam ingezet en direct geanalyseerd - Context wordt historisch correct geschetst - Bronnen correct vermeld - Essay bevat circa 1700 woordenMogelijke examenvragen
- Vergelijk het stilzwijgen in *Marcel* met dat in een andere Vlaamse naoorlogse roman - Analyseer de functie van de foto als symbool van herinnering én zwijgen - Schrijf een korte reflectie: Wat betekent familieverraad in jouw ogen?---
Met deze analyse hoopt dit essay duidelijk te hebben gemaakt hoe *Marcel* niet alleen een literair monument is voor een verdwenen familielid, maar vooral een onmisbare spiegel voor wie met het verleden wil leven.
Beoordeel:
Log in om het werk te beoordelen.
Inloggen